Coördinaten Lichtschip                   


Een voorbij tijdperk
Lichtschip Suriname-Rivier
Anno 1910

Projectbeschrijving


Het voorbije tijdperk
Ooit waren ze bitter nodig op voor de scheepvaart gevaarlijke plekken, zoals zandbanken, riviermondingen en onderzeese rotsformaties. Maar de tijd van het lichtschip is verstreken. De drijvende vuurtoren is vooral door de moderne navigatiesystemen overbodig geworden. Daarmee behoort ook hun onmisbare bijdrage tot een stuk Hollands glorie, de zeescheepvaart tot het verleden. ...
- Het lichtschip heeft buiten de kring van de scheepvaart niet de waardering gekregen, waarop het recht kan laten gelden op grond van zijn belangrijke bijdrage aan de veiligheid van de scheepvaart. …
- Het lichtschip is in onze dagen een curiositeit geworden, een museumstuk. Dat mag dan zo zijn, evenzeer is het waar dat het lichtschip belangrijk was voor de zeescheepvaart. Dit besef zal ertoe moeten leiden dat het lichtschip in de maritieme historie een plaats krijgt, die het verdient.
 
Uit: Nederlandse lichtschepen, Wibo Burgers,
uitgave Nederlandse Vuurtoren Vereniging 1997

 

Voorwoord
In 1959 voer ik korte tijd als 16-jarige jongen algemene dienst op het ms Willemstad van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij (KNSM). Zo kwam ik een paar keer in Suriname.
Groot was mijn verwondering dat je na een zeereis van enkele weken, aan de andere kant van de oceaan aan vreemde kust werd verwelkomd door een lichtschip waarop  de Nederlandse vlag wapperde.
Na 50 jaar was ik in 2009 weer in de gelegenheid Suriname te bezoeken. De waterkant trok. Zo maakte ik aan boord van de Sweet Merodia van de bekende schrijfster Cynthia McLeod een historische plantagetocht.
Toen we van de Surinamerivier de Commewijnerivier opdraaiden, zag ik tot mijn grote verbazing in het groen achter de dijk van Fort Nieuw Amsterdam een lichtschip. Daar moest ik het mijne van weten.
Een verrassende ontdekking: Het 100 jaar oude lichtschip Suriname-Rivier.
 
Walter Haentjens, Enkhuizen, 13 maart 2012
 
                                                                                                 -3-
Betekenis
Lichtschepen voor de kust van Suriname (1857-1981)
 
In de tweede helft van de 19-de eeuw nam de scheepvaart sterk toe en begon het stoomvaarttijdperk. Schepen waren niet meer afhankelijk van de wind. Machinevermogen maakte het mogelijk op tijd te varen. Nieuwe schepen met machinevermogen vergden grote investeringen. Stoombootmaatschappijen ontstonden. Er kwamen nieuwe lijndiensten. De stookkosten vereisten meer efficiëncy in de zeevaart. Kon een zeilschip zich nog permitteren de dageraad af te wachten alvorens een riviermonding of een haven binnen te lopen. Voor de stoomvaart gold tijd is geld. Dat betekende dat er meer behoefte kwam aan een goede markering van vaarwegen en signalering van gevaarlijke plekken.
 
De Surinamerivier met daaraan de hoofdstad Paramaribo is de levensader van Suriname. In de lage dichtbegroeide kust is de invaart moeilijk te verkennen. Charles Pierre Schimpf (1813-1886), van 1855 tot 1859 gouverneur van Suriname, plaatste in 1857 een lichtschip aan de mond van de Surinamerivier, niet ver van Braamspunt ‘om aan binnenkomende schepen het vaarwater aan te wijzen.
Het was een kleine als ‘vuurschip’ uitgeruste kotter met de naam Suriname-Rivier. Door storm geteisterd werd die in 1861 naar binnen gehaald en een jaar later vervangen door een zeewaardiger schip. De lantaren daarvan kon worden opgehesen. In oude zeemansgidsen staat dat het vuur wel eens een paar uur gedoofd was wegens onderhoud.

Begin 20-ste eeuw groeide het besef dat de kustverlichting moest worden verbeterd om aan de eisen van de snel toenemende stoomvaart te voldoen. In 1903 werd een commissie benoemd met als voorzitter de inspecteur-generaal van het Loodswezen.
In het kader van het nieuwbouwprogramma werd in1910 het eerste lichtschip van staal (no. 7 Noord-Hinder) gebouwd op de scheepswerf Feijenoord, 42 meter lang. Datzelfde jaar werd het tweede stalen lichtschip op stapel gezet op de werf Conrad te Haarlem. Een klein scheepje, de Suriname-Rivier, 25 meter lang. In 1911 kwam het op positie voor de kust en lag daar meer dan 50 jaar, tot 1968. Het werd vervangen door het 40 meter lange oude Amerikaanse lichtschip Relief van het station Nantucket LV106/WAL 528. Dit is in 1981 vervangen door de ‘lichtschipboei’.
 
Lichtschip Suriname-Rivier 1911-1968
Het bestek ‘Voor een stalen-lichtschip ‘Suriname-Rivier’ voor Suriname is gedateerd 1909-1910. Het is het tweede stalen lichtschip dat in Nederland is gebouwd. Bij de algemene voorwaarden staat: ‘De Minister van Marine heeft het recht, toezicht te doen houden door Ingenieurs van Marine en dagelijks toezicht te doen voeren door minder geëmployeerden of werklieden van ’s  Rijks werven’. Het is in 1910 te water gelaten op de werf Conrad te Haarlem voor Suriname, lang 24,85, breed 6,83, holte 3,16, diepgang 2,00  meter, waterverplaatsing 160 ton. De eerste stalen lichtschepen hadden een paalmast met lichtopstand. De latere kregen een traliemast, waarvan de poten steunden op de boorden van het schip.
Het transport naar Suriname is een verhaal apart. Kapitein Johannes Franciscus Wijsmuller (1876-1923), een uiterst bekwaam zeeman met diploma’s Grote Zeilvaart en Grote Stoomvaart, zorgde voor wereldnieuws door de ‘Suriname-Rivier in 1911 zeilend naar Suriname te brengen. Hij liet de lichttoren demonteren, zette er masten op en koos 27 februari het ruime sop. Op 6 april en kwam het ‘zeilschip’ behouden in Paramaribo aan. Daar werd het weer omgebouwd tot lichtschip.
Datzelfde jaar wordt zeesleepvaart- en bergingsbedrijf NV Bureau Wijsmuller opgericht, thans als Svitzer onderdeel van  Maersk ‘world wide shipping’.
Het ontstaan van Rederij Wijsmuller inspireerde Jan de Hartog voor het schrijven van de bekende roman over de zeesleepvaart ‘Hollands Glorie’. Ook hierin wordt het  transport van een lichtschip onder zeil beschreven.
Lichtschip Suriname-Rivier deed tot 1968 dienst.

Referentiekader lichtschip Suriname-Rivier  
- Ontwikkeling van Suriname
- Toename van de scheepvaart
- Lichtschip als veilig baken voor de scheepvaart
- Opkomst stoomvaart
- Immigratiestromen (1853 Chinezen, 1873 Hindoestanen en 1890 Javanen)
- Vaste lijndiensten (Koninklijke West-Indische Maildienst, opgericht in 1883, in 1912  overgenomen door de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij KNSM, in 1981 overgenomen door Nedlloyd, 1996 P&O Nedlloyd, 2005 Maersk Line van de A.P. Møller-Maersk Group)
- Ontstaan van NV Bureau Wijsmuller, zeesleepvaart- en bergingsmaatschappij in
 1911, geromantiseerd weergegeven in ‘Hollands Glorie’ van Jan de Hartog.
- Personenvervoer over zee tussen Nederland en Suriname
-Tweede Wereldoorlog (‘De West’ enige deel van Koninkrijk niet bezet door vreemde mogendheid. Al in november 1941 werd Suriname met hulp van de VS in staat van verdediging gebracht.  Lichtschip centraal in afwikkeling explosieve toename zeetransport strategische en hulpgoederen. Suriname grootste leverancier van bauxiet, grondstof voor aluminium van vitaal belang voor de vliegtuigindustrie in VS)
-Troepenmacht in Suriname 1945-1975 (16.000 jongens werden uitgezonden om in
 Suriname hun dienstplicht te vervullen, zogenaamdeTRIS-sers)
-Koninklijke Marine dienst der Hydrografie (zeekaarten tot heden)
 
Actuele betekenis
Het lichtschip Suriname-Rivier is in de huidige vervallen toestand al toeristische trekker in het monumentale Fort Nieuw Amsterdam.

Deze waarde kan worden versterkt door permanente opstelling als museumschip met aandacht voor en presentatie van het tijdsbeeld in relatie met actuele ontwikkelingen.

De restauratie en renovatie kan plaatsvinden als werkervaringsproject, met name op het gebied van staal- en houtbouw (scheepsbeschieten).
Verder kan het project bijdragen tot het vergroten van de kennis van de Surinaamse geschiedenis en presentatie van Fort Nieuw Amsterdam als ‘toeristische hotspot’.

Representatiewaarde
Lichtschepen hebben ongeveer anderhalve eeuw een belangrijke bijdrage geleverd aan de veilige vaart op zee.
Herkomst -De Nederlandse lichtschepen vielen onder de Vaarwegmarkeringsdienst, onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Er wordt begin 20-ste eeuw een commissie ingesteld ter verbetering van de kustverlichting onder voorzitterschap van de Inspecteur-Generaal van het Loodswezen. In 1910 worden de eerste stalen lichtschepen gebouwd. De Suriname-Rivier is het tweede.
Het markeert de overgang van houten naar stalen lichtschepen.
Zeldzaamheid – Het meer dan 100 jaar oude lichtschip Suriname-Rivier is het oudste Nederlandse lichtschip. Ook wereldwijd is het een van de oudste nog bestaande lichtschepen. Aan de noordkust van Zuid-Amerika is het uniek. Het heeft in belangrijke mate bijgedragen tot het bevorderen van de scheepvaart naar Suriname en de ontwikkeling van de haven van Paramaribo.
Het lichtschip diende niet alleen als vaarwegmarkering, maar tevens als seinpost en voor beloodsing van schepen.
Staat van het object - Ondanks de vervallen staat heeft het lichtschip een grote mate van authenticiteit. Het stalen casco met tal van oorspronkelijke elementen als lichttoren, mast, zwaar ankergerei, opbouw en beslagen geeft een goede indruk van bouw, inrichting en uitrusting van dit type speciale schepen. Gelet op de slechte staat van de romp zal het schip op verantwoorde wijze worden opgesteld in het cultuur-historische landschap van Fort Nieuw Amsterdam.
Het restauratieplan gaat uit van de historische authenticiteit van het staalwerk, dek, inrichting en uitrusting die tegemoet komt aan het oorspronkelijke karakter van het lichtschip.
Uit kostenoverweging wordt vooralsnog afgezien van restauratie van het staalwerk van de romp en binneninrichting beneden de deklijn.
Presentatiepotentieel – De opstelling van het museumschip in Fort Nieuw Amsterdam op de samenvloeiing van de Suriname- en Commewijnerivier is voorbestemd om een belangrijke toeristische attractie te worden. Vanaf het dek heeft men een prachtig uitzicht over de rivier naar zee.
Ensemble – De relatie met het object en de omgeving is evident. Deze zal worden versterkt door de museale presentatie van de verschillende elementen uit het onderhavige tijdperk.
In Fort Nieuw Amsterdam komen alle lijnen van de Surinaamse geschiedenis samen. Een geschiedenis die nauw verbonden is met de zeevaart. Het lichtschip betekende een symbolisch welkom voor alle mensen die per schip naar Suriname kwamen en heeft voor vorige generaties een grote sentimentswaarde. Het lichtschip koppelt moeiteloos verleden en heden.



Documentatie
De documentatie van dit ‘rijksvaartuig’ is vrij volledig. Onder meer zijn aanwezig oorspronkelijk bestek, dek- en inrichtingsplan, tekening van sloepen, stabiliteitsgrafiek, constructietekeningen, zeekaarten, Zeemansgidsen en Berichten aan Zeevarenden.
Helaas is het tot op heden niet gelukt het journaal van de gedenkwaardige reis onder zeil van Nederland naar Suriname in 1911 te achterhalen.
Kennisoverdracht
Bij de restauratie en renovatie van het lichtschip zal veel kennis worden gegenereerd over de bouw en inrichting van het lichtschip en de scheepvaart historie. Het kan worden aangemerkt als een significant voorbeeld van gespecialiseerde Nederlandse  scheepsbouw, waarmee ons land wereldfaam verwierf.
Als werkervaringsproject kan veel kennis worden opgedaan over metaal- en houtbewerking. Dit zal ook van groot belang zijn voor het onderhoud en behoud van het museumschip op lange termijn.


Behoud van de culturele waarde
Restauratie- en beheersplan

Bij het restauratie- en beheersplan is uitgangspunt dat het lichtschip maritiem erfgoed is van zowel Nederland als Suriname.
Bij het behoud zijn betrokken de Nederlandse Vuurtoren Vereniging, die zich ten doel stelt het behoud van vuurtorens en lichtschepen. In Surinaamse is begin 2010 opgericht de Stichting Rotary Behoud 100 jaar Lichtschip Suriname-Rivier.
Het restauratieproject wordt aangestuurd door Walter Haentjens uit Enkhuizen (NL), ervaringsdeskundige op het gebied van behoud van maritiem erfgoed.
Voor het project is een concept Plan van Aanpak en een Plan van Uitvoering gemaakt. Aan de hand van het originele bestek heeft scheepsbouwkundige Olivier van Meer uit Enkhuizen een globale begroting gemaakt voor het exterieur, groot
€ 515.000.
De opzet is dat beide landen voor 50% in het restauratieproject deelnemen.
Nederland zal zich ontfermen over berging, permanente opstelling als museumschip, conservering, dekplan en terug brengen lichtschipkarakteristieken.
Suriname zal zorg dragen voor verdere historische invulling en presentatie daarvan.
Voorstel uitvoering – Voor fondswerving heeft de NVV haar bankrekening beschikbaar gesteld. Het voorstel is een apart Restauratiefonds lichtschip, met een deskundig curatorium, te vormen. Dat kan dan per onderdeel van uitvoering van het restauratieplan geld beschikbaar stellen. Dit gebeurt op aanvraag van de projectgroep, die verantwoordelijk is voor het restauratieplan en uitvoering daarvan.
Het projectteam bestaat uit personen deskundig op het gebied van behoud van maritiem erfgoed, Walter Haentjens (CV pag. 16) en Steven Gerritsen (CV pag. 17).
De verdere inrichting zal in collegiaal overleg met de Surinaamse Stichting plaatsvinden. Het museumschip zal worden beheerd door de Surinaamse Stichting.
Voor het restauratieplan en de uitvoering daarvan zal een commissie van advies en bijstand/authenticiteitscommissie worden voorgesteld en ingesteld.
Hierbij wordt gedacht aan vertegenwoordigers uit de maritiem-historische sfeer en behoudsorganisaties op het gebied van cultureel-historisch erfgoed in Nederland en Suriname.


Informatie en documentatie
*Noord-Hollands Archief, archief Conrad-Stork, bestek 1909-1910
*Nationaal Archief, tekeningen en kaart met ligplaats eerste lichtschip 1857
*Dienst der Hydrografie Koninklijke Marine, Ministerie van Defensie, ing. L.G. de Bruin, kopieën zeekaarten, div. Berichten aan Zeevarenden, Zeemansgids 1953
*Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag
*Marinemuseum, dir. Kltz.sd drs. H. de Bles, conservator drs. L.M.A. Homburg
*Nationaal Sleepvaartmuseum, geschiedenis sleepvaart- en bergingsbedrijf Wijsmuler
*Maritiem museum
*Nederlandse Vuurtoren Vereniging, archief
*Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname, drs. Stephen Fokké
*Surinaams Museum, dir. L. van Putten
*Maritieme Autoriteit Suriname, Brian Arlaud
 
Geraadpleegde literatuur:
-Beknopte Geschiedenis van de Kolonie Suriname, R. Bueno Bibaz, 1928
-Naar “De West”, Piet Bakker, uitg. Douwe Egberts, 1950
-Zeemansgids voor Suriname en de Nederlandse Antillen, Ministerie van Marine, 1953
-Suriname land van mogelijkheden, Stichting tot Bevordering van Investeringen in Suriname, 1968
-Geschiedenis voor het MULO, deel 3, Paramaribo 1986
-Nederlandse lichtschepen, Wibo Burgers, 1998
-Feuer Schiffe der Welt, Friedrich-Karl Zemke, 1995
-Vuurtorens in Suriname, MAS, 1998
-Wereldoorlog in De West, Liesbeth van der Horst, 2004
-Erfgoed dat beweegt, ICN, 2006
-100 Jaar Wijsmuller, Nico J. Ouwehand, 2006
        
                                                                                                                    
Bijlagen
 
Actueel verslag staat lichtschip Surinamerivier
Op het eerste gezicht zitten er geen insecten. Wel een aantal verlaten bijennesten. Ook zien we een rat wegschieten en fladderen er een stel vleermuizen. Er groeien allerlei planten op en onder het dek. Sommige met wel 10cm dikke stammen. In het dek bleek een mierennest met grote rode mieren in het verrotte hout te zitten.
Constructie algemeen:
Het schip ziet er slecht uit maar heeft nog wel z’n vorm. De lijnen van huid, stevens, geveegde kont, dek, reling en opbouw lopen nog strak. Het schip is dus niet gebroken .Ook zijn er geen reeksen spanten of dekbalken gebroken (een enkeling?). Op het eerste gezicht lijkt het schip dus herstelbaar.
Het staalwerk is in het algemeen wel overal aangevreten/verdunt en zal niet meer voldoen aan z’n oorspronkelijke functie: een varend schip in verband houden. Het staalwerk lijkt (misschien met op enkele plekken verstevigingen) op het eerste gezicht wel te voldoen indien het schip als statisch object wordt tentoongesteld. 
De huid en verschansing:
-Er zijn 2 horizontale lijnen in de geklonken en al op diverse plekken gedubbelde huid die  flink zijn aangetast: ter hoogte van de waterlijn en ter hoogte van het dek. Plaatselijk bij de grotere gaten zijn ook enkele spanten doorgerot.
-Het geklonken plaatwerk van de verschansing is slecht op de overgang dek verschansing want daar staat altijd water. Het valt op dat de verschansing geen spanten heeft maar schoren. Ook valt op dat het plaatwerk van de verschansing al een keer eerder op de overgang dek/verschansing is gedubbeld maar opnieuw is weggerot.
Het dek:
-Het dek is bijna 7 cm teak. Dit hout is nog wel strak maar plaatselijk geheel of gedeeltelijk doorgerot en moet in z’n geheel vervangen.
-De stalen draagbalken van het dek lijken nog stevig. Het dek ligt er nog strak bij (geen dellen oid).
Dek opbouwen:
 -Dekopbouwen
(enkele koekoeken en kasten) staan er nog netjes op maar zijn op dekhoogte flink doorgeroest.
-De stuurinrichting is nog redelijk intact en een mooi object op het dek.
-De ankerinrichting is ook bijzonder. Wel behoorlijk door (uitzettend) roest aangetast maar met mooie details.
-De “stuurhut” is tot 1m hoogte betegeld. Dit kan nog een restant zijn uit den tijd dat het als pannenkoekenboot heeft gediend.
De overkapping:
-De draagbalken van de  overkapping zijn nog redelijk tot soms zelfs goed. De steunen naar de reling zijn flink aangetast maar hebben omdat ze massief zijn nog een aardige dikte.
- Het zinkwerk zelf van de overkapping en de planken eronder zijn op of verdwenen. Dit moet in z’n geheel vervangen.                                                                                                                            
Masten:
-De mast met het zwaailicht lijkt nog aardig stevig. Deze is ook erg dik en zwaar uitgevoerd.
-Een van de 6 stagen van de mast is los maar de rest zit nog vast hoewel de wantspanners wel zeer twijfelachtig zijn,
-De buitentrap naar de omloop rond het licht is ingestort en ligt op de dekoverkapping.
-De omloop rond het licht is grotendeels doorgeroest (niet beloopbaar) maar nog wel aanwezig,
-Het glazen licht zit er nog maar er zijn stukken uit.
-De lange seinmast achterop is ter hoogte van het dek helemaal doorgerot. De 2 wanten zijn al eerder doorgerot en hangen er slap naast. De mast wordt ook vastgehouden door de constructie van de overkapping dus daarom valt ie niet om. Het is verstandig deze mast op korte termijn van schoren te voorzien (of de losgesprongen wanten weer te bevestigen).

Onder het dek:
-Er staat nog water in het schip, dus is alleen het stuk erboven zichtbaar. Onderdeks hebben de verblijven gezeten van de kapitein en de bemanning. Op een (drijvende) trap na is al het houtwerk weg. El zijn er enkele stalen waterdichte schotten die alleen op de waterlijn aangetast zijn. Deze schotten zullen mede het verband in het schip houden.
Conclusie:
Het schip heeft z’n vorm nog. De constructie is/lijkt redelijk, in ieder geval met enige aanpassingen/versterkingen bruikbaar als staties object. De huid, het dek en het dak zijn erg slecht. Er van uitgaande dat het schip niet meer zal varen is een gebruik als erfgoed, uitkijkpunt, werkobject zeker voorstelbaar.
De plek:
Algemeen: het schip moet passen in de historische vorm van het fort (stervormen, dijken, slotgrachten, opstelplaatsen geschut, ed) en deze liefst versterken maar zeker niet aantasten.
Er wordt gedacht aan een hek om het museumdeel.  (opm. mijnerzijds: in deze open ruimte zal een hek een grote invloed hebben op de beleving van het fort. Het zou mooi zijn als er gebruik wordt gemaakt van de functie van het fort om indringers tegen te gaan dmv de (slot-)grachten waardoor de hoeveelheid hek beperkt kan blijven).

-Het schip ligt in een van de ‘slotgracht’ afgesloten waterpoel. De waterstand van de slotgracht kan via 2 sluisjes worden geregeld. Bij laag water is de poel al bijna los van de gracht en staat alleen dmv een smalle geul (50cm breed) in verbinding met de slotgracht. Er lijkt al een dam van klei gemaakt die het water tegenhoudt.
Conclusie: De poel is vrij simpel met een motorpomp leeg te pompen.


-Het museum heeft slechts de helft van grondgebied van het fort in bezit/gebruik. De ene helft is museum en de andere helft is van RO(Regionale Ontwikkeling), overheid dus. Dit betekent dat het schip nog net op grond van RO ligt maar wel tegen terrein van het museum aan. Ik weet niet of dit van invloed is voor de besluitvorming.
 
-Het eerder voorgestelde opstelpunt voor het schip op de hoek bij de splitsing van de rivier is ook van RO. Hier staat een houten uitkijktoren op een smalle dijk. De plek is erg ver weg van het museum en openbaar terrein (niet afgeschermd) en dus moeilijk beheersbaar.

Conclusie: de plek op de punt is historisch gezien (splitsing rivieren, zicht naar zee) wel de mooiste maar moeilijk beheersbaar. Het terrein hoort niet bij het museum.
 
-De directeur van het Openluchtmuseum, de heer Alberta, gaf aan zich voor te stellen dat het schip op dezelfde plek komt waar het nu ligt maar dan hoger zodat je rondom uitzicht hebt. Je gooit de poel ahw dicht. Hij stelde zich nog wel water rondom voor maar meer als idee (20cm diep of zo). Het groen eromheen wat nu het uitzicht belemmert gaat weg dus dan heb je toch een mooi uitzicht over de rivieren. Technisch is dit uitvoerbaar door het schip op te krikken (dmv opblaasbare tubes) en de grond eronder steeds aan te vullen. Dit vergt verder onderzoek (past in stervorm?) maar lijkt een haalbare optie.
 
-Uit technisch oogpunt zou ik me ook voor kunnen stellen het schip uit de poel te trekken, zeg maar zo,n 40 meter richting oosten zodat het naast de poel droog komt te staan. Dit scheelt ophogen en je kunt dan alvast op de plek waar het schip komt de bodem zo maken dat deze niet inzakt.
 
-Ook lijkt het me dat het schip droog moet komen te staan (op jukken oid)  en niet meer in het water ligt. Je kunt er dan altijd rondom bij, het makkelijk onderhouden en het roest niet verder weg. Als het in het water ligt moet je de poel iedere paar jaar droogpompen om het schip te teren. Dat hoeft niet als ie droog staat.
Daarnaast lijken de opties in het water liggen (dus laag) en uitkijkpunt (dus hoog) tegenstrijdig.
 
De restauratie.
Je kunt natuurlijk het schip in 1 keer helemaal opknappen met veel geld. Een andere optie is het opknappen zien als een project op zich. Het lijkt mij een verrijking als het schip ook gebruikt kan worden als oefenobject voor de SAO (Stichting Arbeidsmobilisatie en Ontwikkeling, zie bijv. http://www.herstelling.nl/nieuws/herstelling-en-sao-zetten-samenwerking-in-suriname-voort-21-oktober-2010/ ) zodat jongeren kunnen leren lassen en timmeren. Het SAO zit al op het terrein met een eigen gebouwd klaslokaal. Toen wij er liepen was er bijv. een klas bezig met lessen groenonderhoud, ze waren ook onderstellen voor de kanonnen aan het metselen en er is een timmerwerkplaatsje. Ze willen ook starten met lassen.).   


Je zou je voor kunnen stellen dat de eerste actie is het schip op een droge plek zetten. Dan het dek en de overkapping vernieuwen, een mooie trap/steiger er naar toe en dan heb je wat. Je kunt er zitten, mooi uitzicht, wat drinken/samenkomen. Op het schip enkele infoborden over het schip en z’n geschiedenis etc.
In de loop der jaren kan er dan door de jongeren aan gewerkt worden. Eerst de roest eraf, misschien hier en daar een versteviging en dan langzaamaan het schip weer toonbaar maken. Het maakt eigenlijk niet uit hoelang men er over doet.               
Het gaat niet verder achteruit, het is bruikbaar als uitzichtpunt/samenkomst en een mooi oefenobject. De jeugd bouwt aan en leert van een stukje geschiedenis!
 
Fort Nieuw Amsterdam, Suriname, 7 februari 2012
Steven Gerritsen.
 
Virtuele rondgang dek
 www.youtu.be/EosfRa3s00c
http://www.flickr.com/photos/76429667@N06/show/


(tekst www.suriname-tourism.org , Arts and Culture, Museums, Fort Nieuw Amsterdam→read more, Fort Nieuw Amsterdam, voor informatie over het lichtschip van Suriname klik hier)
 
Monumentaal Fort Nieuw Amsterdam ‘hotspot’
100 Jaar oud lichtschip in het groen

 
Fort Nieuw Amsterdam, op de samenvloeiing van de Suriname- en Commewijnerivier, biedt een verrassende wandeling door de Surinaamse geschiedenis. Monumentaal, met een prachtig museumpark,  gedenktekens van de bevolkingsgroepen die per schip kwamen (Chinezen 1853, Hindoestanen 1873 en Javanen 1890) en machtige geschut uit de Tweede Wereldoorlog (1942), om de aanvoer van aluminiumerts veilig te stellen, strategisch van groot belang voor de vliegtuigindustrie. In het groen verscholen ontdekt men zelfs het 100 jaar oude lichtschip Suriname-Rivier. Uniek maritiem erfgoed uit een tijd dat Suriname vanuit Europa alleen per schip, na een zeereis van enkele weken, bereikbaar was.
 
Lichtschepen zijn drijvende vuurtorens die voor de kust zijn verankerd  voor een goede plaatsbepaling. De Surinamerivier is de levensader van Suriname. Door de toenemende scheepvaart besloot het gouvernement al in 1857 een lichtschip voor de monding te leggen. Dit werd in 1911 vervangen door het huidige stalen lichtschip Suriname-Rivier. Het is in 1910 In Nederland gebouwd, lang 25 meter, breed 7 meter, diepgang 2 meter met een gewicht van 160 ton. Het heeft geen machine. Maar hoe moest het in Suriname komen? Kapitein Johannes Franciscus Wijsmuller (1876-1923), een uiterst bekwaam zeeman met diploma’s Grote Zeilvaart en Grote Stoomvaart, klaarde de klus. Daarmee zorgde hij voor wereldnieuws door de Suriname-Rivier in 1911 in vijf weken zeilend op de plaats van bestemming te brengen. Hij liet de lichttoren demonteren, zette er masten op en koos 27 februari het ruime sop. Op 6 april kwam het ‘zeilschip’ behouden aan in Paramaribo aan. Daar werd het weer omgebouwd tot lichtschip. Dan begint ook de bewogen geschiedenis van het wereldvermaarde zeesleepvaart- en bergingsbedrijf Wijsmuller, thans als Svitzer onderdeel van  Maersk ‘world wide shipping’. Het ontstaan van Rederij Wijsmuller inspireerde de Nederlandse schrijver Jan de Hartog voor de bekende roman over de zeesleepvaart ‘Hollands Glorie’. Ook hierin wordt het  transport van een lichtschip onder zeil beschreven.
 
Met de komst van GPS (Global Positioning System) en satellietnavigatie waren lichtschepen niet meer nodig. De meeste zijn gesloopt. Het lichtschip Suriname-Rivier werd in 1968 afgedankt en kreeg een laatste rustplaats in Fort Nieuw Amsterdam. Er zijn plannen om het lichtschip te restaureren en als museumschip en toeristische attractie als uitkijkpost vast op te stellen op de punt van Fort Nieuw Amsterdam.
Nautische achtergrond
Walter Haentjens (1943), Snouck van Loosenpark 39, 1601ES Enkhuizen (NL)
Tel. 0228315405 / 06.18274929 – mail: chickenhouse@quicknet.nl

 
*Opgegroeid aan de Loosdrechtse Plassen, bekend watersportgebied
*Gevaren als pantry-boy op de ‘Willemstad’ KNSM
*Lid Nationale Vereniging ‘Het zeilend schoolschip’
*Roei-en zeilinstructie Marine Opleidings Kamp (MOK)
*Bootsman en stuurman zeeverkenners Zuiderkruisgroep en Poseidon-
*Aankomend jachtbouwer Fa. C. Scherpel & Zn., Oud-Loosdrecht
*Havenmeester Jachthaven Het Witte Huis te Nieuw-Loosdrecht.
Tijdvak 1970-1975
*Journalist, Dagblad De Gooi- en Eemlander, ANWB watersportblad 
 Waterkampioen, weekblad ‘Schuttevaer’ voor de scheepvaart en Enkhuizer
 Courant; veel gepubliceerd over scheepvaart(historie), watersport en toerisme
*Boeken o.m. ‘Rond het IJsselmeer (Uitgeverij Hollandia), 300 jaar Zeilen en Rond-
 en Platbodem schepen en jachten (Uitgeverij De Alk).
*Als journalist en Vriend van het Zuiderzeemuseum vanaf 1969 de opbouw van het
  buitenmuseum van nabij gevolgd
*In 1972 medeoprichter en secretaris Stichting Zeilvaart, voor behoud  voormalig zeilende bedrijfsvaartuigen  (opgeheven 2009)
*Oprichter Rederij Zeilvaart 1973, verhuur van traditionele zeilschepen.
*Met Harry Smit van de Stichting Het Varend Museumschip, Zeilvaart 1974 te  
 Marken georganiseerd; oprichting Nationale Vereniging ‘Het Zeilend Bedrijfsvaartuig’
*Kaptein/eigenaar  sleepboot Ancor 1968-1975
Tijdvak 1975-1985
*Lid werkgroep oprichting Museumwerf ’t Kromhout te Amsterdam.
*Lid sectie Geschiedenis der techniek Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI
 *Plaatselijk en regionaal secretaris Koninklijke Schipersvereniging ‘Schuttevaer’.
*Lid Werkgroep Waterrecreatie Economisch Technologische Dienst Noord-Holland
*Restauratie en onder zeil brengen  tweemastkoftjalk ‘Voorwaarts Voorwaarts’
 anno 1899 (het sloopschip met behulp van kansarme jongeren Jugendhilfe St.
 Paulikwartier, Hamburg  weer zeeklaar gemaakt), thans vlaggenschip Provincie  
 Groningen (boek ‘100 jaar Voorwaarts Voorwaarts’, A.Boerma)                                                                                                                                                                                                                                                                *Behoud voormalig opleidingsschip Prinses Juliana van het Koninklijk Onderwijs
 Fonds Voor de Scheepvaart, nu restaurantschip in Aalborg, Denemarken.
Tijdvak 1985-2009
*Redder ‘Kaatje’ Enkhuizer Zeevaart School
*1996-2005 - Vice-voorzitter en secretaris Stichting tot Behoud  Stoomschip C.
 Bosman uit 1916 (voormalige veerboot Enkhuizen-Stavoren)
*Instructeur en examinator Koninklijk Nederlands Watersport Verbond
*In Enkhuizen actief geweest bij de jeugdopleiding van waterportvereniging Almere
 en cursus ‘Zeilen voor volwassenen’ gegeven
*Schipper  rondvaartboot (60 passagiers)/verteller Museum Broeker Veiling
*Vanaf 2005 gids historische havenstad Enkhuizen en Zuiderzeemuseum
*Vanaf 2009 coördinator restauratieproject www.lichtschipsurinamerivier.nl *Groot Vaarbewijs Pleziervaart, Binnenvaart Vaarbewijs A/B, marifooncertificaat.


Nautische achtergrond
Steven Gerritsen, architect en bouwmanager
Geboren 28-12-1951
Adres: Hertogstraat 5 6828 ER Arnhem
 
mail info@stevengerritsen.nl
site www.stevengerritsen.nl
 
Ervaring op gebied maritiem erfgoed:
 
-Van 2001 tor 2012 Penningmeester Vereniging tot behoud van de Rexona, een 18m eikenhouten kotter uit 1898 (zie www.verenigingrexona.nl).
 
-Medeoprichter en secretaris van de Stichting Historische Schepen Arnhem (2002 tot heden), zie www.shsa.nl
 
-Initiatiefnemer boek Het kloppend hart, de geschiedschrijving van de voormalige Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij (ASM), uitgekomen 2011. (ISBN 978-94-90357-03-0 of www.boekschap.nl
)
 
-Medeoprichter en secretaris van de Stichting Anders J Goedkoop. Een stichting met als doelstelling het behoud van het erfgoed van de voormalige ASM. Eerste objecten: overname in januari 2012 met als doel behoud van de havensleepboot Anders J Goedkoop (1965), voorstel behoud 1e diagonale triple expansiemachine (1888) ism Kromhoutmuseum Amsterdam.
 
-2001 tot heden: restaurateur van de Franse Thonier Jean Michelle, een eikenhouten viskotter/-ketch van 10 meter.


Copyright©2009 Lichtschipsurinamerivier -   Nederlandse Vuurtoren Vereniging: NL09INGB0000435485  
t.n.v. penningmeester NVV met vermelding Behoud Lichtschip